Startpagina
Gedichten
Contact
Automatisch inloggen
Vergeten?
2021
13
Gedichten online
Nieuw deze maand
Nog geen profiel?
Klik hier om je te registeren.
Rubrieken
Alles
Liefde
English
Meisjes
Filosofie
Natuur
Haiku
Relatie
Kinderen
Zomaar
Nieuwsbrief
Gedichten
Alle gedichten in
Natuur
Nieuwste bovenaan
Oudste bovenaan
Naam oplopend
Naam aflopend
ZOEKEN BEVAT REEDS DE VREUGDE VAN HET VINDEN.
BRUGGE, DE MOOISTE STAD VAN DE WERELD IS IN WALLONIË AMPER GEKEND.
Bloem.
Duisternis geboden
Moe van het worden
Onder de zuigende maan
Moeilijke aarde wil zwaar getorst worden
Ha is dit nou de lucht
Hoe les ik mijn dorst
Met die netel naast me
Hoe moeten mijn bladeren zich aanpassen
Dan maar groeien naar mijn DNA-plicht
Eindelijk zon met kleur als toegift
De gele schijn lokt de zespotigen
Hoe ver is het naar een vaas
Daarvoor moet je hypocriet lachen
Naar een speels kinderhand.
DE AARD VAN DE AARDE IS NIET AARDIG. HET LABEUREN OM WAT TE LEVEN MAAKT HET WETEN OVERDREVEN.
VOOR DE MENS HEEFT DE PANDA EEN GROOT KNUFFELGEHALTE MAAR NIET OMGEKEERD.
Durvend groeien.
De natuur is mijn afzetgebied
Taboe van onbetrokkenheid
Kleptomaan van wonderen
Van larf tot herderstasje.
Kiekeboe uit het mezenei
De aanspreektitel van de achtpotigen
De meikever zoekt zijn kameraden
Het lieveheerbeestje de bladluizen.
Het paartje mol ontmoet elkaar
En wringen zich een standje in de smalle rit
De specht klopt zich pissebedden.
Voor het begrijpen heb je een maan nodig.
EEN HAND IS ONBETROUWBAAR, ZE KAN BEDELEN EN SLAAN, TOONT EEN FUCK YOU VINGER EN WIL STRELEN EN MEN HEEFT ER NOG EEN TWEEDE ACHTER DE....HAND.
GRASSPRIETEN IN DE SNEEUW DIE HUN WORTELS BESCHERMEN.
Boom.
Hij staat nog amper recht
Maar pierendood tussen de vrienden
Kadaver met stokken als ribben
Tientallen smeekarmen omhoog.
Hij was de eerste die na de oorlog bloeide
Een solddat plaste nog tegen zijn stammetje
Kinderen joegen ballen door zijn kruin
Jaren later lagen Sven en Sien aan zijn voeten.
Nu is geen blad hem nog gegund
Ondanks het spagaat van zijn wortels
Vogels, eekhoorns en insecten rouwen
Maar de paddestoelen groeien al op de schors.
DE GELEGENHEID MAAKT DE MAN MAAR OOK GENEGENHEID, VERLEGENHEID, BEDREVENHEID EN GEDREVENHEID.
DE VROUW ALS GEWILLIGE SCHILDERIJ OM WAT TE VERDOEZELEN?
Tactvolle natuur.
De koeweide geeft audiëntie aan de zomernacht
Vallen originele sterren op mij
Hun blinken als excuus
Mijn ontwetendheid blijft catastrofaal
De stilte besluipt het geweten langs onder
Maar wordt brutaal beschoten
Door het verre geroezemoes van de autostrade
Dewind durft niet te zuchten
Sentiment heerst onbeschoft
Het lijkt gestolen poëzie.
Zo wordt ik ingekapseld door het mysterie
Dat hier een klomp hersens zweeft
Om zich te ontwikklen zonder redding.
HIJ BEZIT EEN WALGELIJKE AFKEER VOOR LITERATUUR DAT IJDELHEID ALS DOEL HEEFT.
EEN PIMPELMEES, EEN VASTE WINTERGAST, POSEREND OP ZWARTE ACHTERGROND.
Oordelend blad.
Nog geen weet van herfst
Het gele berkenblad is ziek
Moe gegroeid los het
Zonder helm of veiligheidsvest
Zonder adres de eenzame humus tegemoet
Het lief sukkelbladje valt op het asfalt
En breekt twee halsnerven
Versuft klemt het zich vast aan het vuil
Acht zware autobanden van de bouwfirma
Vermorzelen het laatste bladgroen
Nu blijven de laatste gedachten in de straat gekerfd
Waarom nog boom, bloem en vogelnest
Wanneer de mens de aarde met haat verpest.
TEGENWOORDIG IS DE INTENSITEIT VAN EEN BLOEIENDE LIEFDERELATIE GEZAKT TOT EEN GEWOONTEHUWELIJK.
DE ETNA SPUWT HITTE, STOOM, LAVA, ROOK, STENEN, ZWAVEL EN ANGST.
Honderd bossen is een oerwoud.
De mens is de hond in het kegelspel van de natuur
Een bos bloeit tot een happeningpaleis
Een evenementencircus van en voor dieren
Teken laten zich joelend vallen in een konijnenpels.
Vlooien spelen verstoppertje op een eekhoorn
Bomen bieden takken aan voor vogelrust
Uitkijkposten voor uilen op muizenjacht
Slaapkastelen voor duiven met tien verdiepingen
Spinnen spannen hun touwen als een boksring.
De boomklever verjaagt de bange boomkruiper
De egel snoept pieren voor de neus van de mol
Daarbij moordt de buizerd zonder compromissen
Het krioelen kriebelt het bos tot de echolach
Alle autodidacten bij voerageren en voorttelen.
POLITICI VOELEN ZICH IMMERS VERMINKT BIJ EEN LEGALE TEGENSPRAAK EN EEN FILMSTER BEKRUIPT EEN LEVENSBEDREIGENDE HANDICAP BIJ EEN FOLTEREND PUISTJE.
EEN MOOIE WANTS POSEERT OP EEN BLAD.
Bostroost.
Een therapeutisch winterbos: spar, eik en berk
De stille rust en behaaglijkheid groeiende nog
De vochtige bladeren ritselen niet meer
Kijk een kale plek, het machospel van de reebok
Een afgeschuurd stammetje van de lijsterbes.
Hier een lege jeneverfles en plastiek van chips
De verrekijker ontdekt een konijnenschim
Sporen van spitsmuizen als uilenvoer
Daar een blauwe lege ballon van een groen kind.
Aan lage takken hangt zorgenlast van wandelaars
De lege ondiepe greppels vol stapels ergernissen
Het bos als biechtstoel, bomen als klaagmuren
Opluchting, geduld en empathie zijn plukrijp
Dan een hels lawaai van laag overrazende legerjets
De beschaving heeft behoefte aan beledigende drukte.
MENSEN ZIJN BEVOORRECHT OF BUITENGESLOTEN, DAAR TUSSENIN WRIEMELEN DE PLICHTBEWUSTE WERKMIEREN.
EEN MOOIE GELE BOOMZWAM SIERT HET BOS.
Bedaarde rust.
Laat op een verlaten zomermiddag
De natuur slaapt nog, of al
De stilte heeft afgesproken met de muis
De roerloze onbeweeglijkheid leeft amper
Nee, de rustteloze esp ritselt nog, of al
Het zachte wolkenpalet mijmert immobiel
Nee, ze schuiven onzichtbaar over het dorp
De kat is opgedragen niet rond te hangen
Verloren vogels met zwijgplicht
Een zoemmug aan mijn oor, pats! geen mug meer
Na overtreding van het stilteverbod volgt doodstraf
Een voortglijdende kanaalvis houdt zich aan regels
Geen noeste mier of terloopse ijverige bij
Dan die knallende overbluffende donderslag
Als spelbreker gevolgt door
Een tiraniserende loeiende wolkbreuk
Welke aterling gaf het startsein?
WANNEER JE HINDER ONDERVINDT VAN DE ALGEMEEN GELDENDE MORAAL HEB JE OOK ONGEMAK VAN DISCIPLINE EN VOORAL WEERZIN VOOR FATSOEN.
DIT IS DE SPERWER DIE TOT IN DE VERANDA EEN WINTERKONINGJE KWAM VERMOORDEN.
21 Maart.
De realiteit teert op ons geduld
Koude en sneeuw moeten opvrolijken
Ook de winter moet zijn mannetje staan
Het verlangen naar later bepaalt het animo.
Dan eindelijk het kleine hoefblad
De lentestoot port het gras en de vogels aan
De zonsondergang daalt al voorbij
De rechtkant van de hoeve aan de kim.
Veldbloemen dagen de neus uit
De windwolken de ogen en de tast
Potentie wedijvert met viriliteit
En de schrijven met zwaarwichtigheid.
HET STREVEN NAAR MACHT CORRUMPEERT, HET BEZIT ERVAN VOEGT DAAR CYNISCHE WILLEKEUR AAN TOE.
TIJGERWELPJES VOL ARGWAAN VOOR DE MENS.
Een tuil respect.
Het natuurorkest hoeft geen hobo
Zangvogels geen stemvork
Het groene bladschuim van de eiken
Speelt met haar eikelkroost
Geven een receptie voor genodigde blikken
De sterrenavond streeft naar flikkerende mieren
Een hechte bos vol doorkijkvensters
Hier en daar een vleugelpiano
Met hun zuivergeil paringsspel
En daar een trage autobus vol jeugd
Nog zonder geslachtskenmerken
Ieder verliefd op hun streelboom
Nu gist het houtskooltekeningen
Uit hun malse vingers zuigen ze percepties
Een ekster komt uitdagend poseren
En dan dat smerig colablikje van een bosvandaal
Tussen goodwill van zwellend takkensap.
Volgende
»